Negende bijdrage tot de kennis der ichthyologische fauna van Borneo. Zoetwatervisschen van Pontianak en Bandjermasin

Pieter Bleeker

Table of Contents (ToC)

  1. Introduction [heading added by snakeheads.org]
  2. Zoetwatervisschen van Pontianak (verzameling van den heer J.N. Stevens)
  3. Zoetwatervisschen van Bandjermasin (verzameling van den heer C. Helfrich)
  4. Descriptiones Specierum Diagnosticae
  5. Ophicephalus melanopterus Blkr.

Introduction [heading added by snakeheads.org]

Do heeren C. Helfrich en J. N. Stevens, in de Wetenschap reeds bekend door de verzamelingen van visschen van Borneo, welke de kennis der fauna van dit uitgestrekte eiland aanmerkelijk hebben doen uitbreiden, hebben zich niet bepaald tot hunne vroegere bezendingen, maar mij op nieuw belangrijke verzamelingen van hunne standplaatsen met de meeste welwillendheid doen toekomen.

De misschien voorbeeldelooze medewerking, welke ik in mijne ichthijologische studien van den Indischen Archipel ondervind, hebben mij in de gelegenheid gesteld, dezen tak van kennis meer uit te breiden, dan mijnen voorgangers mogelijk is geweest. Meer dan duizend vischsoorten, tot op mijne onderzoekingen vreemd aan de wetenschap, heb ik het voorregt gehad te kunnen voegen bij de lijst der bewoners, waarmede de Schepper de wateren van het oostelijke halfrond der aarde heeft bevolkt. Maar de eer dezer ontdekkingen komt in de eerste plaats toe aait de verzamelaars, zonder welker belangstelling en ijver die natuurschatten grootendeels zouden zijn verborgen gebleven. Zoo is de kennis der Borneosche vischfauna, door de talrijke verzamelingen, welke mij van verschillende plaatsen op Borneo zijn toegezonden, met die van meer dan 200 soorten vermeerderd geworden. Het is mij eene aangename taak de namen te herinneren van mevrouw Ida Pfeiffer en van de heeren A. J. Andreses, J. H. Croockewit, J. Einthoven en J. Wolff, welke even als de aan den hoofde dezes genoemde heeren, tot het bereiken dier uitkomst hebben medeoewerkt. Maar niettegenstaande in de kennis der vischfauna van Borneo groote voortschreden gedaan zijn en de nieuwe verzamelingen van de heeren Helfrich en Stevens now weder een 16 tal soorten bevatten, nieuw voor de kennis dier fauna, waardoor het gezamenlijke aantal bekende Borneosche visschen op 240 wordt gebragt, is die kennis, niet betrekking tot hetgeen wij van Java, Samatra en Celebes weten, nog gering te noemen. Ook hebben de onderzoekingen omtrent Borneo's vischfauna tot nog toe slechts betrekking tot de delta-edeelten der grootere stroomen en ten opzigte van de hoogere gedeelten der stroomgebieden en van de klippige kustwateren weet men nog bijkans niets met zekerheid. Het niet bestaan van nederlandsche nederzettingen, diep in de binnenlanden 1 of nabij klippenrijke kusten, is tot nog toe een hinderpaal om Borneo's vischfauna op eene ruimere schaal te leeren kennen. Het lijdt intusschen geen twijfel of het cijfer van 240 drukt op verre na nog geen vierde gedeelte uit van de op en om Borneo levende vischsoorten.

De hierboven genoemde nieuwe verzamelingen waren zamengesteld als volgt:

ToC

Zoetwatervisschen van Pontianak (verzameling van den heer J.N. Stevens)

[ ... ] [ ... ]
12. * Ophicephalus melanopterus Blkr.
13. Ophicephalus striatus Bl.
[ ... ] [ ... ]

Van deze soorten zijn 20 nieuw voor de kennis der fauna van de Kapoeas en 7, de met een * gemerkte, tevens nieuw voor de kennis der fauna van Borneo, terwijl slechts Ophicephalus melanopterus en Systomus albuloides tevens nieuw zijn voor de wetenschap. Het aantal thans bekende vischsoorten van Pontianak wordt er door gebragt op 65.

ToC

Zoetwatervisschen van Bandjermasin (verzameling van den heer C. Helfrich)

[ ... ] [ ... ]
14. Ophicephalus bankanensis Blkr.
15. Ophicephalus lucius K.v.H.
16. Ophicephalus micropeltes K.v.H.
17. Ophicephalus striatus Bl.
[ ... ] [ ... ]

[ ... ]

ToC

Descriptiones Specierum Diagnosticae

Ophicephalus melanopterus Blkr.

C. melanoptera, drawing of Bleeker's atlas, table 399, fig. 2Bleeker's drawing of C. melanoptera, taken from his famous ichthyological atlas. If you have it in your channa shelf (several hundred thousands Euros ;-) go for table 398, fig. 2, else thank God, there is an Internet to save this ichthyological memory.
Ophiceph. corpore elongato antice cylindraceo latiore quam alto postice compresso, altitudine 7 circiter in ejus longitudine; capite acuto 5 in longitudine corporis, depresso, genis convexo; altitudine capitis 2 et paulo, latitudine 1 1/2 ad 1 3/5 in ejus longitudine; linea rostro-dorsali rostro convexa, fronte et vertice declivi concaviuscula; oculis diametro 7 circiter in longitudine capitis, diametris 2 et paulo distantibus; maxilla superiore maxilla inferiore vix breviore, longe post oculum desinente, 2 2/5 circiter in longitudine capitis, dentibus multiseriatis intermaxillaribus, vomerinis palatinisque 0omnibus parvis serie interna ex parte dentibus ceteris paulo longioribus, inframaxillaribus parvis internis lateralibus conicis aliquot caninoides; squamis cijeloideis parte libera granulatis, capitis parte postoperculari 8 vel 9, lateribus 55 p. m. in serie longitudinali; linea laterali antice et postice recta sub radio dorsali 12° circiter valde deflexa; singulis squamis tubulo simplice notata; pinna dorsali postice obtusiuscule rotundata, pectoralibus obtusis rotundatis flexuram linea laterali fere attingentibus 6 3/5 circiter, ventralibus acute rotundatis 12 3/5 circiter, caudali 5 1/2 circiter in longitudine corporis; anali postice acute rotundata dorsali paulo humiliore; colore corpore superne violascente-olivaveo inferne aurantiaco-roseo pinnis ventralibus dilute violaceis; dorsali dimidio posteriore at anali tota vittis obliquis transversis ex parte abruptis pulchre coeruleis. caudali membrana dimidio basali maculis coeruleis in series irregulares transversas dispositis.

Head of c. melanoptera, drawing of Bleeker's atlas, table 398, fig. 2aBleeker's drawing of the head shields of c. melanoptera, taken from his famous ichthyological atlas. Drawings of head shields were meant for species identification. Bloch 1793 started with this method and this method is still used.
B.5 D. 1/44 vel 1/45 P. 2/16 V. 1/5 A 1/29 vel 1/30 C. 1/12/1 et lat. brev.
Hab. Pontianak, in flumine Kapuas.
Longitudo. specimis unici 601'''.

Aanm . Deze soort is kenbaar aan haar spits eenigzins hol profiel, aan hare groote preoperkel- en operkelshubben, aan hare ongeveer 55 shubben op eene overlangsche rei der zijden, aan hare 45 of 46 rugvin- en 30 of 31 aarsvinstralen, donker violette met fraaije blaauwe banden of vlekken geteekende vertikalen vinnen, veelreijige tanden in de mondholte, afweziheid von hondstanden in de geheeltebeenderen, het sterk gebogen zijn der zijlijn achter den top der bosrtvin, enz.

ToC

Footnotes

1 De nieuwe vestiging van het nederlandsche gezag te Sintang, diep in de binnenlanden van westeIijke Borneo aan de Kapoeas, opent liet vooruitzigt, dat men weldra ook meer met de bewoners van de hoogere gedeelten des gebieds van de Kapoeas zal bekend worden. De heer Sigal officier van Gezondheid der tweede klasse , heeft mij van daar reeds doen Geworden een prachtig exemplaar van Cobilis macracanthus Blkr van niet minder dan 315''' lengte Back

Acknowledgement and Source(s)

This passage was originally published in: Bleeker, Pieter: Negende bijdrage tot de kennis der ichthyologische fauna van Borneo. Zoetwatervisschen van Pontianak en Bandjermasin. Descriptiones Specierum Diagnosticae . Natuurkd. Tijdschr. Neder. Indié v. 9. pp. 415-430, 1855. The drawings have originally been published in Atlas ichthyologique des Indes orientales néerlandaises; publ. sous les auspices du Gouvernement Colonial néerlandais par Pieter Bleeker Part VIII, table CCCXCVIII, fig. 2, 1878. The publishing on snakeheads.org has been made possible with several very helpful and cooperatives ladies of the Staatsbibliothek Berlin . Thankyou dear ladies of the Stabi, thankyou institution Stabi!

© 2001 - 2008 snakeheads.org HOME of this page